Tsjechië is niet het eerste land dat ik met keramiek in verband zou brengen, eerder met poppen- en animatiefilmpjes, zoals “Het molletje” (“Krtek”) en “Buurman en Buurman” (”Pat a Mat”). Maar evenals (bijna) alle culturen in de wereld heeft ook Tsjechië een boeiende keramiek historie.
Sterker nog, wellicht heeft dit gebied de oudste keramiek historie in de wereld, hier is immers het (tot nu toe) oudste beeldje gevonden van gebakken klei: de “Venus van Dolní Vestonice” (zo’n 30.000 (!) jaar oud, wordt bewaard in het Moravisch museum in Brno maar helaas niet tentoongesteld).

Deze zomervakantie wilden wij het “gebroken hart van Europa” weer bezoeken. Hoewel we niet specifiek voor de keramiek naar Tsjechië zijn afgereisd, is het altijd een mooie bonus het onderweg tegen te komen.



De natuur bereidt zich voor op de herfst. Het regent en waait. De lucht ruikt naar appels en peren. Gretig eet onze papegaai de hazelnoten die uit de boom vallen.

Kunst en schoonheid eens bijna synoniem, nu lijkt het erop dat in de hedendaagse kunst de zoektocht naar schoonheid is opgegeven en vervangen door shock-art; kunst gemaakt om te shockeren.


Vind ik dat erg? Uiteraard niet, ik gun iedereen z’n muze. Waar de meeste kunstenaars deze godinnen als afspiegeling van de mensheid gebruiken als inspiratie, denk ik dat de keramist slechts één van de negen muze “Urania” (de muze van de sterrenkunde, voorloper van alle natuurwetenschappen) als bron heeft voor zijn of haar werken.