Beatrice Wood (1893 – 1998) leerde mij meer over de liefde. Niet de liefde voor keramiek (die heb ik al), maar de liefdes in het leven…
“I never made love to the men I married, and I did not marry the men I loved. I do not know if that makes me a good girl gone bad, or a bad girl gone good” (Beatrice Wood, 1985)
Iets wat mij altijd blijft verbazen, is hoe mijn interesse naar handgevormd keramiek mij naar alle hoeken en gaten van het leven stuurt.
Glazuur theorie leidt naar de verborgen wereld van de kwantum mechanica en het begin (en het einde) van het universum. Klei naar het ontstaan van de mensheid, de beheersing van het vuur en ontstaan van beschavingen, cultuur en kunst in alle uithoeken van deze planeet.
En keramist Beatrice Wood naar de liefde…
Liefde en keramiek: bezint eer ge begint
Research is een groot deel van mijn keramiek-proces. Ik lees, ik test, ik probeer te doorgronden en te begrijpen. Dat is mijn manier van leren en van leven.

Maar in mijn liefdesleven heb ik dat nooit overwogen. Weinig over gelezen, geen reflecties en discussies. Onbezonnen erin, mijn instincten achterna.
De zoete verfilming van het leven van Camille Claudel uit 1988 heb ik met moeite afgekeken. “Gisèle” van Susan Smit, een romantisering naar het leven van de kunstenaar Gisèle d’Ailly-van Waterschoot van der Gracht, heb ik na een paar hoofdstukken met een weeïg gevoel terzijde geschoven.
Het mag duidelijk zijn, ik doe geen onderzoek naar de romantiek in het leven. Sterker nog, ik onttrek mij het liefst hier actief aan.
Beatrice Wood: Mama van DaDa
Maar bij de kunstenaar/keramist Beatrice Wood ligt dat heel anders. Ik heb haar leren kennen in de documentaire over haar leven uit 1994 “Mama van de DaDa.
Geboren in San Francisco in 1893, leefde zij het beschermde leven van een dochter uit een gegoede familie. Maar zij bevrijdde zichzelf uit dit beknellende milieu en werd actrice op het toneel in New York. Zij leerde moderne kunst waarderen en de mannen die dit maakten.
Na haar toneel carrière (en diverse omzwervingen) vestigde zij zich in Ojai Californië waar zij een pottenbakkerij opende. Haar keramiek interesse ontwaakte in Nederland, waar zij een barok bord kocht met een luster glazuur. Deze glazuren zijn in haar keramiek haar signatuur geworden.
Beatrice’s werk is tegenwoordig opgenomen in de permanente collectie van diverse musea, waaronder the Metropolian Museum of Art, the Brooklyn Museum en the Museum of Modern Art.
Beatrice Wood: I Shock myself
In 2018 is haar autobiografie “I Shock Myself” uit 1985 opnieuw verschenen. Beatrice Wood is één van mijn eerste keramiek helden, maar haar boek had ik tot op heden nog niet gelezen. Gelukkig heb ik deze omissie laatst recht gezet.
In dit boek verteld zij heel openlijk over haar leven, haar werk en haar liefdes. Geen geromantiseerd gezwijmel, maar bijna kinderlijk eerlijk heeft zij op 90 jarige leeftijd opgetekend wat zij toen dacht, voelde en hoe zij handelde.

Beatrice shockeerde niet alleen zichzelf, maar ook mij. Ik kan wel degelijk over de liefde lezen, mits het wordt opgeschreven door een keramist met zelfinzicht, levenservaring en humor.
Beatrice Wood overleed in in 1998 op 105 jarige leeftijd. Zij is tot op zeer hoge leeftijd actief gebleven achter de draaischijf. Op de vraag wat haar geheim is antwoordde zij:
“I owe it all to art, books, chocolates, and young men.”
Een levensmotto dat ik (bijna) in z’n geheel onderschrijf…
… en Gisèle dan?
Ach misschien moet ik nog ‘ns het boek Giséle van Susan Smit opnieuw proberen. Wellicht ben ik romantischer dan ik denk… (dan shockeer ik mezelf pas echt 🙂 )

Iets op gestoken van dit blog? Geef mij een kop koffie zodat ik het volgende blog met nieuwe energie kan schrijven!
